Bij lamellenslijpstiften zijn de lamellen uit flexibele slijpmiddelen lamelvormig radiaal om de as van het gereedschap aangebracht. Door hun flexibiliteit passen zij zich ideaal aan zeer fijne contouren van het werkstuk aan en zijn zij ook geschikt voor zeer kleine boringen en buisbinnendiameters. De slijpkorrel is in een kunsthars binding op de trekvaste flexibele linnen drager ingebonden. Lamellenslijpstiften worden volgens ISO 3919 onder de omschrijving "lamellenslijpstiften" gevoerd. Geschikt voor het fijnslijpen.
Toepassingsaanbevelingen:
- Het verminderen van de werkdruk en de omtreksnelheid alsmede de toevoeging van slijpolie reduceren de slijtage van het gereedschap en de temperatuurbelasting van het werkstuk.
- Een stijging van het verspaningsrendement moet door een grovere korrelgrofte en niet door de verhoging van de werkdruk bereikt worden, om onnodige slijtage van het gereedschap en een temperatuurbelasting van het werkstuk te verhinderen.
- De verhoging van de snijsnelheid geeft een iets fijner oppervlak. Door de verhoging van de werkdruk wordt het oppervlak iets grover. Des te zachter het te bewerken materiaal, des te grover het oppervlak (bij gebruik van dezelfde korrelgroftes).
- Voor de beste prestatie bij een aanbevolen snijsnelheid van 15–20 m/s gebruiken. Hierbij wordt een ideaal compromis bereikt tussen verspaningsrendement, oppervlaktekwaliteit, temperatuurbelasting van het werkstuk en de slijtage van het gereedschap.
- Voor het materiaal geschikte slijpolie gebruiken, om de standtijd en het slijpvermogen van de gereedschappen aanzienlijk te verhogen.
Bewerkbare materialen:
- Aluminium
- Messing
- Gietstaal
- Koper
- Grijs/lamellair-/nodulair gietijzer (GG/GJL, GGG/GJS)
- Geharde, veredelde stalen boven 1.200 N/mm² (< 38 HRC)
- Edelstaal (INOX)
- Staalsoorten met een hardheid > 54 HRC
- Stalen tot 1.200 N/mm² (< 38 HRC)
Bewerkingsopgaven:
- Reinigen
- Ontbramen
- Stapsgewijs fijnslijpen
- Uitslijpen
- Egaliseren
- Oxidelagen verwijderen
- Bewerking van vlakken
- lasnaadbewerking
Machinetypes:
- Buigzame-asmachine
- Rechte slijpmachines
Veiligheidsvoorschriften:
- Het aangegeven maximaal toegestane toerental mag om veiligheidsredenen nooit overschreden worden.
- De werkdruk moet aanmerkelijk gereduceerd worden, wanneer het aangegeven optimale toerental overschreden wordt.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd wanneer de inspanlengte minstens 10 mm bedraagt en het aangegeven maximale toerental bij vrije stiftlengtes niet wordt overschreden.
- Bij het werken met grote stiftlengtes is het absoluut noodzakelijk het gereedschap voor het inschakelen van de machine met het werkstuk in contact te brengen of het in het werkstuk (boring, groef) in te voeren. Het contact met het werkstuk bij een draaiende machine moet in beginsel gewaarborgd zijn. Als dit niet in acht wordt genomen, bestaat het gevaar van het afbreken en daarmee een verhoogde kans op een ongeval. Als tijdens het gebruik geen constant contact tussen gereedschap en werkstuk gewaarborgd is, mogen de maximale stationaire toerentallen niet worden overschreden.